Je hechtingspatroon is de manier waarop je je aan je ouders hebt gehecht. Het bepaald ook je zelfbeeld en beeld van andere mensen en de wereld.‘Ik weet niet hoe ik ooit heb kunnen werken zonder kennis over hechting’, zegt mij een intervisiegenoot die werkzaam is als relatietherapeut. Ze vertelt hoe ze in contact kwam met Sue Johnson in Canada en de door haar ontwikkelde methode Emotional Focused therapy (EFT). Het was voor haar een omslagpunt in haar leven en haar manier van werken. Ze heeft EFT naar Nederland gebracht, een stichting opgezet (www.eft.nl) en traint psychologen en relatietherapeuten in deze methodiek. Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, mede natuurlijk omdat ik mij ook al een hele tijd verdiep in hechtingspatronen en hechtingstrauma. En ja, toen ik de boeken van Sue las, kreeg ik ineens de sensatie dat het beeld dat ik van de mensheid heb plotseling scherp werd.

De sleutel is wat mij betreft de erkenning dat de behoefte aan gehechtheid een oerbehoefte is van de mens. Niet alleen van kinderen, maar ook van volwassenen tot aan de dood toe. Het is zelfs ons eerste en belangrijkste instinct om contact te zoeken en emotioneel diepe verbintenissen aan te gaan met de mensen die het dichts om ons heen zijn. We doen dit al vanaf het moment dat we geboren worden, nog voordat we in staat zijn voedsel of onderdak te zoeken. Het is ook een heel intelligent instinct, want zonder groep andere mensen om mee samen te leven is onze kans op overleving geheid verkeken. Emotionele afhankelijkheid is dus niet onvolwassen of ziekelijk, het is onze grootste kracht. Mensen die in staat zijn zulke diepe verbintenissen te creëren en te onderhouden zijn mensen die we bestempelen als psychisch gezond. Ze zijn emotioneel stabieler, empathischer, krachtiger en creatiever dan mensen die dit minder goed of zelfs helemaal niet kunnen.

Door de bril van gehechtheid zie ik ineens de hele theorie van karakterontwikkeling en de vorming van verdedigingsmechanismen in een nieuw daglicht. Als kind dicteert je biologische gesteldheid je je te hechten aan de mensen waar je het meest afhankelijk van bent. In de meeste gevallen één of beide ouders. Het maakt daarbij niet uit hoe ze je behandelen. Ook in het geval van ernstige verwaarlozing of mishandeling kun je niet voorkomen dat je je hecht aan mensen die zelfs een gevaar voor je betekenen. Omdat je overleving afhangt van de mate waarin deze mensen bereid zijn je voedsel,  onderdak, veiligheid en verzorging te verschaffen, maak je je kansen daarop zo groot mogelijk. Dat doe je door je gedrag zo vorm te geven dat deze mensen zoveel als mogelijk voor deze levensvoorwaarden zorgen. Bij de ene soort ouders moet je daarvoor om aandacht schreeuwen, bijvoorbeeld als ze dreigen weg te zinken in een depressie of verslavingsroes. Bij de andere soort ouders dien je je zo gedeisd mogelijk te houden, bijvoorbeeld als ze bij teveel overprikkeling dreigen te gaan schreeuwen of slaan. Hoe meer je ouders in staat zijn jou als kind zo compleet mogelijk te zien, erkennen en accepteren, met alle behoeften en emoties die bij het leven en jou horen, hoe meer zelfvertrouwen je ontwikkelt.

Als er delen van jezelf zijn die een negatief effect hebben op de mate waarin ze zorg voor je dragen, probeer je instinctief en op een onbewust niveau deze delen van jezelf te laten verdwijnen. Zo zijn er mensen die nooit meer woedend reageren of nooit meer huilen. In extremere vormen voelen mensen niet eens meer dat ze überhaupt nog gevoel hebben, zo sterk hebben ze geleerd zoveel mogelijk emoties en behoeften te onderdrukken.

Bij anderen komen deze onderdrukte emoties en behoeften er in een schijnbaar hele andere vorm uit, bijvoorbeeld in de vorm van zelfmutilatie, depressiviteit, een psychische aandoening of crimineel gedrag.

Daarnaast is je houding en gedrag die je jezelf als baby en klein kind aanleert om je relatie met je verzorgers zo optimaal mogelijk te laten verlopen (in termen van overleving), de meest waarschijnlijke manier waarop je je later ook gedraagt bij het aangaan van banden met andere mensen. Op die manier is de kans groot dat je relaties creëert die sterke overeenkomsten vertonen met het karakter van de relatie die je met je verzorgers had.

Het schrijnende vind ik dat er vaak wordt gezegd dat dit zelfgevoel en gedrag gewoon iemands persoonlijkheid is, het in de genen zit of iemand een (psychische) ziekte heeft. Op die manier wordt de schijn gewekt dat er niks meer aan te doen is en alle hoop op een fijner of zelfs dragelijker leven de kop in wordt gedrukt.

Het is inmiddels mijn stellige overtuiging dat je aangeleerde hechtingspatroon geen vaststaand feit is. Maar dat er altijd heling mogelijk is. Heling is mogelijk door de ervaring een band aan te gaan met iemand die meer capaciteit heeft jou als volledig mens te zien, erkennen en accepteren. Een mens die je helpt je onderdrukte emoties te gaan voelen en ze langzaam te gaan accepteren als deel van wie jij bent. Op deze manier kun je gaan ervaren dat de band blijft bestaan, ondanks dat je doodsbang, woedend, oneindig verdrietig of zelfs verliefd bent. Deze ervaring kan je de kracht geven er langzaam op te gaan vertrouwen dat er mensen in je leven zullen zijn of zullen verschijnen die de capaciteit hebben van je te houden en een relatie met je aan te gaan waarin je helemaal jezelf kunt zijn.

Als dat lukt, dan kan dat voelen als een hergeboorte; de start van een nieuw leven.