Interpersoonlijke neurobiologie

Neurale activatie binnen een hersengebied zorgt voor de groei en daarmee ontwikkeling van dit hersengebied. Als neuronen binnen twee of meer verschillende hersengebieden gelijktijdig activeren, ontstaat een neurale verbinding tussen deze gebieden (integratie). Interne rigiditeit (bijvoorbeeld controlerend of dwangmatig gedrag) ontstaat als bepaalde hersengebieden zich onvoldoende ontwikkeld hebben (onvoldoende differentiatie). Interne chaos (bijvoorbeeld buitensporige emotionele reacties, onvoorspelbaar gedrag) ontstaat als er onvoldoende verbinding tussen de hersenonderdelen is (onvoldoende integratie).

Bij mentale gezondheid zijn verschillende hersengebieden zowel goed gedifferentieerd (ieder gebied is voldoende ontwikkeld in de functies waar dat gebied in gespecialiseerd is), als goed geïntegreerd (de verschillende gebieden zijn met elkaar verbonden in de vorm van zenuwbanen). Bij een goede differentiatie en integratie heeft iemand vaardigheden als: inzicht, emotieregulatie, mentaliseren, mindfull observeren, empathie en moreel besef.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ornamentje03.png

Differentiatie van de hersenstam, limbisch systeem en de prefrontale cortex

De hersenstam (ook wel reptielenbrein genoemd) is gericht op overleven. Het stuurt instinctieve responsen aan, het regelt o.a. de ademhaling en hartslag. Het speelt ook een belangrijke functie bij 5-zintuigelijke waarnemingen, fysieke sensaties, bewegingsimpulsen en aandachtsveranderingen. Via dit deel van het brein kan iemand op sensomotorisch (fysiek) vlak ervaringen verwerken. De hersenstam is al volledig actief bij een leeftijd van 3 maanden.

Het limbisch systeem (ook wel zoogdierenbrein genoemd) is actief op het gebied van niet-verbale emotionele en relationele ervaringen, gevoels- en lichamelijke herinneringen en traumageheugen. Het speelt een belangrijke rol in de gemoedsgesteldheid, betekenisgeving en de verwachtingen over interacties met anderen. Via dit deel van het brein kan iemand emotioneel ervaringen verwerken. Pas met 8 maanden is het limbisch systeem volledig actief.

De prefrontale cortex (ook wel het denkend brein genoemd) zorgt voor het vermogen tot redeneren, probleemoplossing, abstract denken, verbale expressie en het geheugen voor gebeurtenissen en feiten. Het speelt een belangrijke rol bij impulscontrole, doorzettingsvermogen, zelfbeeld, wereldbeeld, zelfbewustzijn, mentaliseren, en mindfulness (getuigen-gewaarzijn). Via dit deel van het brein kan iemand cognitief ervaringen verwerken. Dit deel van de hersenen wordt pas vanaf 9 maanden langzaam actief, en is pas volledig actief rond het 25e levensjaar.

Belang van integratie

Voor mensen met een onveilig gehechtheidspatroon is het mogelijk toe te groeien naar een verworven veilige gehechtheid door hulp te zoeken bij de integratie van verschillende hersengebieden. Dat kan alleen binnen een relatie met iemand die zelf voldoende geïntegreerd is en waar een gehechtheidsrelatie mee wordt opgebouwd. De reden is dat de benodigde neurale verbindingen alleen met behulp van interactie met een ander mens aangelegd kunnen worden. De volgende hersengebieden en drie integratie-zones zijn belangrijk in dit proces.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ornamentje03.png

De drie belangrijkste integratieve brein weefsels

Verticale integratie in de middelste prefrontale cortex

Verticale integratie betekent een goede verbinding tussen het zogenoemde benedenbrein (het limbisch systeem en de hersenstam) en het zogenoemde bovenbrein (de prefrontale cortex). Deze integratie heeft als resultaat het vermogen tot een bewustzijn van emoties en sensaties van het lichaam, emotieregulatie, impulscontrole en mentaliseren.

Een metafoor voor verticale integratie is een trap tussen het boven- en benedenbrein. Omdat de ontwikkeling in het bovenbrein pas start rond de leeftijd van 9 maanden, en niet eerder dan op een leeftijd van 25 jaar volledig functioneert, nemen ouders idealiter de functies van het bovenbrein in de kindertijd over.

Interactieve emotieregulatie is het proces van het zich emotioneel verbinden en afstemmen om het kind dat overstuur is weer te kalmeren en zich veilig te laten voelen. Elke succesvolle interactieve emotieregulatie bij het kind zorgt voor het gelijktijdig vuren van neuronen in het boven- en beneden brein, waardoor verbindingen tussen deze hersendelen ontstaan in de middelste prefrontale cortex. Deze verbinding vormt de metaforische trap. De eenmaal aangelegde trap heeft als resultaat het vermogen tot autoregulatie, wat wil zeggen het zichzelf gerust kunnen stellen bij afwezigheid van gehechtheidspersonen. Zo wordt iemands tolerantievenster steeds breder naarmate de verticale integratie groeit. Naast verticale integratie is interactieve emotieregulatie ook essentieel bij het optimaal uit ontwikkelen (differentiatie) van de hersenstam gedurende de 1e drie levensmaanden.

Het limbisch systeem ontwikkelt zich optimaal als de ouders het kind goed spiegelen. Goed spiegelen betekent dat de ouder een emotie die het kind ervaart empathisch meevoelt en deze via passende gezichtsuitdrukkingen terug laat zien aan het kind. Het is daarbij belangrijk dat de ouder tegelijkertijd contact houdt met een voldoende mate van rust en vertrouwen in zichzelf, zodat hij naar het kind uit kan stralen dat het de eventuele stress van het kind aankan. Bij voldoende spiegeling koppelt het kind interne sensaties van bepaalde emoties aan de bijbehorende gezichtsuitdrukkingen, en ontstaan verbindingen tussen de hersenstam en het limbisch systeem. Zo leert het kind expressie te geven aan zijn emoties.

Blokkade van de verticale integratie

De verticale integratie raakt geblokkeerd door te heftige emoties uit het benedenbrein waarbij iemand uit zijn tolerantievenster schiet. Bij iemand met een smal tolerantievenster triggeren relatief kleine gebeurtenissen het impliciete geheugen waar traumatische gebeurtenissen zijn opgeslagen. Dat gebeurt omdat de amygdala, het hersengebied dat deze traumatische herinneringen bewaart en een belangrijk element vormt van het impliciete geheugen, geactiveerd wordt als het iets waarneemt wat maar enigszins lijkt op omstandigheden ten tijde van traumatische gebeurtenissen. Bij activatie van de amygdala worden de defensie systemen in het lichaam geactiveerd (vechten, vluchten, bevriezen, onderwerpen). Een metafoor voor de activatie van de amygdala is een traphekje dat beneden aan de trap wordt geplaatst waardoor toegang tot de prefrontale cortex geblokkeerd raakt.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ornamentje03.png

Horizontale integratie in het corpus callosum

Horizontale integratie betekent een goede verbinding tussen de linker- en rechter hersenhelft. Deze integratie heeft als resultaat dat affecten (gevoelens en sensaties) en cognitie elkaar in balans houden waardoor een geïntegreerd zelfbeeld ontstaat en iemand een coherent levensverhaal kan vertellen. Een geïntegreerd zelfbeeld is het besef dat iemand losstaat van een ander en een vermogen heeft over dit zelf na te denken en zo gevoelens, behoeften en intenties te begrijpen. Zelfbeleving wordt in sterke mate bepaald door wat iemand binnen zijn gehechtheidsrelaties gespiegeld heeft gezien in de blik van de ander.

De rechterhersenhelft is bij de geboorte al actief. De linker hersenhelft ontwikkelt zich echter pas vanaf een leeftijd van 2 a 3 jaar. De functie van de rechterhersenhelft is o.a. het opslaan van beelden en autobiografische herinneringen, herkennen en verwerken van emoties en lichamelijke sensaties en sociale interacties. De functie van de linkerhersenhelft is o.a. de taalverwerking, analytische taken en oorzaak gevolg relaties. Horizontale integratie zorgt ervoor dat iemand woorden kan vinden voor dat wat hij emotioneel en lichamelijk ervaart en daar betekenis aan kan geven. Als ouders passende woorden geven aan de emotionele en lichamelijke beleving van het kind en het verband met zijn intenties, worden zijn beiden hersenhelften tegelijk actief en ontstaan verbindingen in het corpus callosum.

Bij een optimale ontwikkeling van de prefrontale cortex leert een kind vanaf een leeftijd van 9 maanden een gehechtheidsfiguur te internaliseren. Dat wil zeggen dat het d.m.v. een mentaal beeld van de gehechtheidsfiguur een innerlijk gevoel van verbondenheid kan oproepen, ook bij afwezigheid van de gehechtheidsfiguur. Dit is een belangrijke factor bij het vermogen tot autoregulatie. Met een leeftijd van 3 a 4 jaar leert een kind dat anderen ook een innerlijk leven hebben met gevoelens, gedachten en sensaties die kan verschillen met die van henzelf. Daarmee groeit het bewustzijn over een onderscheid tussen het zelf en de ander. Mensen hebben een aangeboren voorkeur voor de synchronisatie van hun emotionele staat met die van andere mensen. Dit zorgt voor een verlangen naar contact met mensen waarmee iemand zich goed kan afstemmen. Dit bevordert de interesse in, en de zorg voor, anderen. De capaciteit tot mentaliseren (het reflecteren op eigen en andermans denken, voelen en handelen) ontwikkelt zich langzaam. Samen met de capaciteit tot autoregulatie leert het kind steeds beter zijn impulsen te controleren. Daarmee kan hij bij een conflict zijn instinctieve defensieve impulsen (vechten, vluchten, bevriezen)  inactiveren en in plaatst daarvan zich afstemmen op zichzelf en de ander.

Een teken van een goede horizontale integratie is het vermogen om de aandacht af te wisselen tussen de innerlijke beleving en aandacht voor de beleving van de ander. Dit vermogen is het fundament om zich af te kunnen stemmen op zowel zichzelf als de ander. Als twee mensen zichzelf kunnen reguleren en goed kunnen mentaliseren, kunnen ze problemen oplossen door de ander te leren begrijpen en verschillen te accepteren. En daarmee hebben ze het vermogen om breuken in het contact door een conflict, miscommunicatie of een gebrek aan aandacht weer te kunnen herstellen. Op deze manier groeien vermogens tot empathie en compassie met zichzelf en anderen. Dit leert een kind als de ouders bij een breuk in het contact, zorgen dat de breuk weer hersteld wordt, zodat het kind vertrouwen opbouwt in de veiligheid van de verbinding. Dit doet de ouder door zich na een breuk weer af te stemmen op het kind en terug te komen naar een synchronisatie op het emotionele niveau. Op deze manier ontstaan verbindingen tussen de linker- en rechter hersenhelft. Een veilige hechting zorgt voor zo voor een goede horizontale integratie.

De rechterhersenhelft is meer betrokken bij het reguleren van het benedenbrein dan de linker hersenhelft. Lichamelijke ervaringen zoals sensaties en emoties komen via het benedenbrein binnen in de rechterhersenhelft zodat iemand zich bewust wordt wat er in het lichaam gebeurd (verticale integratie). Als die informatie omgezet wordt in taal, dan gaat de informatie horizontaal van de rechter- naar de linker hersenhelft (horizontale integratie). Voor een optimale expressie van emoties d.m.v. gezichtsuitdrukkingen en taal, emotieregulatie en het mentaliserend vermogen om gevoelens en gedrag van zowel zichzelf als anderen te begrijpen is dus zowel verticale as horizontale integratie nodig.

Gedragspatronen als gevolg van een slechte horizontale integratie:

Zonder een goede balans tussen de twee hersenhelften kan iemand ervaringen niet goed integreren. Als de rechter hersenhelft domineert wordt iemand overspoeld door beelden, emoties en lichamelijke sensaties zonder daar een heldere betekenis aan te kunnen geven. Als de linker hersenhelft domineert worden gevoelens niet meegenomen en benadert iemand zichzelf en de wereld vooral analytisch. Beiden soorten dominantie hebben een negatieve invloed op iemands zelfbeeld.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ornamentje03.png

Geheugen integratie in de hippocampus

Geheugenintegratie betekent een goede verbinding tussen het impliciete en expliciete geheugen door verbindingen in de hippocampus. Deze integratie heeft als resultaat dat iemand ervaringen kan integreren en ethische en morele beslissingen kan nemen. Tijdens het ontwikkelen van geheugen integratie worden losse elementen uit het impliciete geheugen samengevoegd en als samenhangend verhaal opgeslagen in het expliciete geheugen. De hippocampus zorgt voor het bewust kunnen plaatsen van herinneringen in het verleden.

De eerste 18 maanden van zijn leven slaat een kind ervaringen alleen op in het impliciet geheugen omdat de hippocampus, welke nodig is om herinneringen in het expliciete geheugen op te slaan, zich pas bij 18 mnd begint te ontwikkelen. Bij activatie van het impliciete geheugen, waardoor bepaalde gedachten, emoties, sensaties en gedrag ontstaan, is iemand zich niet bewust dat er een herinnering van vroeger geactiveerd wordt. Iemand ervaart deze patronen bestaande uit gedachten, emoties, sensaties en gedrag meestal als zijn persoonlijkheid of ‘de waarheid’ over zichzelf, anderen of de wereld.

De hippocampus zorgt er o.a. voor dat de activatie van de amygdala weer teniet wordt gedaan als iemand zich bewust wordt dat er geen reëel gevaar is, en dat er dus een vals alarm is afgegaan. Deze functie van de hippocampus treedt pas vanaf het 2e of 3e levensjaar in werking. Tot die tijd is een kind dus afhankelijk van de geruststelling door anderen als het ergens van schrikt. De amygdala, welke vanaf de geboorte al actief is, bewaart herinneringen in het impliciete geheugen. De hippocampus bewaart herinneringen in het expliciete geheugen.

Het expliciete geheugen valt de ruwweg samen met onze gebruikelijke opvatting van het begrip geheugen ofwel herinnering. Als zodanig kan er bewust uit worden geput en over worden nagedacht, is het verwoordbaar en symbolisch en bestaat de inhoud ervan uit informatie en beelden. Het impliciete geheugen daarentegen is non-verbaal, niet symbolisch en onbewust in die zin dat het niet beschikbaar is voor bewuste reflectie. De inhoud ervan behelst emotionele reacties, fysieke sensaties, gedragspatronen en vaardigheden. Het impliciete weten wordt niet zozeer uitgedrukt in wat iemand zegt, maar veeleer in hoe iemand zich gedraagt, zich voelt, hoe hij zich presenteert en wat hij van relaties verwacht.

Geheugen integratie bij trauma

Mensen met PTSS hebben een amygdala die snel geactiveerd wordt door elementen die lijken op een traumatische gebeurtenis uit het verleden. Het impliciete geheugen wordt dan geactiveerd welke de ervaring geeft van overspoeling door een chaos van verwarrende emoties, somatische sensaties, beelden en impulsen. Er is in zo’n situatie geen beschikking over taal om de gefragmenteerde multi-sensorische ervaringen van een betekenis of context te voorzien omdat de herinneringen niet zijn opgeslagen in het expliciete geheugen. Dit fenomeen wordt ook wel een emotionele kaping genoemd. Hierbij worden het spraakcentrum van broca en de hippocampus  geblokkeerd. De hippocampus, met zijn bijbehorende vermogens voor het encoderen, ophalen en binnen een context plaatsen van traumatische herinneringen, wordt dan overmeesterd door de amygdala, via zijn verbindingen met de affectief ingestelde rechterhersenhelft.

Bij een onontwikkelde of geblokkeerde hippocampus verliest iemand het besef van tijd en plaats op het moment dat iets in het impliciete geheugen geactiveerd wordt. Overweldigende emoties of sensaties worden niet ervaren als opgeroepen herinneringen maar als iets dat hier en nu gebeurd, en als een teken van persoonlijke overgevoeligheid, zwakte, gekte of als bewijs dat anderen of de wereld slecht of gevaarlijk zijn.

Geheugen integratie vindt plaats bij trauma verwerking en houdt in dat iemand impliciete herinneringen aan traumatische gebeurtenissen in het expliciete geheugen op gaat slaan. Daarbij worden getriggerde gevoelens, beelden en lichamelijke sensaties uit het impliciete geheugen gekoppeld aan gebeurtenissen in het verleden en van betekenis voorzien. Daarmee worden ze geplaatst in de juiste ruimte en tijd, namelijk het verleden. Angst en vermijding nemen dan af, waardoor de amygdala minder snel geactiveerd wordt.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Ornamentje03.png

Bronnen:

  • Echo’s van trauma, Marijke Baljon en Renate Geuzing
  • The neuro-affecttive picturebook, Marianne Bentzen
  • Sensorimotor Psychotherapy: Interventies voor traumaverwerking en het herstel van gehechtheid, Pat Ogden en Janina Fischer
  • Traumasporen, Bessel van der Kolk
http://praktijkeigenaarde.nl/wp-content/uploads/2016/04/Ornamentje03.png