Ik heb steeds minder geduld met het aanhoren van klaagverhalen. De druk in mijn hoofd loopt op en een impuls om de ander te stoppen of weg te lopen is bijna niet meer te weerstaan. Waarom vind ik dit eigenlijk zo vervelend? Wat gebeurt er nou precies tussen mij en die ander? En wat is er eigenlijk zo prettig aan klagen? Tijdens het mijmeren hierover kreeg ik een visueel beeld dat mij verheldering gaf.

Als je iets meemaakt of ziet wat in jouw beleving niet klopt (onrechtvaardig is, nare gevolgen heeft, niet waar is) dan ontstaat er een interne impuls hier iets aan te veranderen. Als aan die impuls geen gevolg gegeven kan worden omdat je je onmachtig voelt (of dat nou reëel is of niet), dan vertaalt deze impuls zich in fysieke, emotionele en mentale spanning. Als je goed geaard bent, kun je deze spanning laten afvloeien, maar anders hoopt het zich op. Rond moeten lopen als hogedrukpan (jeweetwel, met zo’n sissende ijzeren dop) is geen pretje. Door te klagen over alles wat er mis is, kun je een deel van die lading over hevelen op een ander. En dat lucht natuurlijk even op!

Als iemand mij vertelt wat er allemaal mis is met het gedrag van een ander of met de hele wereld, lukt het mij meestal niet mee te klagen door te beamen dat die ander of de wereld inderdaad echt zo slecht zijn. Ik kan steeds minder uit de voeten met etiketten van goed en slecht, slachtoffer en dader, schuld en recht. Ik vind het interessanter uit te zoeken wat de dynamieken zijn, wat ieders aandeel is, en vooral hoe je zelf beter met iets om zou kunnen gaan.

Als ik mee zou gaan in het beeld van de ander, kan ik de energie die mijn kant op komt richten op de beoogde dader. Maar wat doe ik met die energie, als ik dat niet doe? Ik voel, op mijn beurt, de impuls met een oplossing te komen. Maar ik weet ook geen oplossing, of wel, maar weet dat de ander daar meestal niet op zit te wachten. Dus voilà, nu zit ik daar op mijn beurt met fysieke, emotionele en mentale spanning. Dat is het vervelende gevoel!

De andere kant ken ik natuurlijk ook. Ik ben heel gevoelig voor disharmonie en raak daar snel gespannen van. Ik oefen dan de oude wijsheid van Franciscus van Assisi: “Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien”.

De wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen betekent voor mij om dan te oefenen met aarden. Als ik die gespannenheid in mezelf waarneem, probeer ik bewust te ontspannen en de energie naar de aarde te laten afvloeien. Het helpt dan om tegen mijzelf te zeggen dat ik hier geen verantwoordelijkheid heb, dat ik me er niet mee hoef te bemoeien en dat ik niets hoef te doen.

En bij klaagverhalen van anderen? Dan zoek ik de moed om het gesprek op een vriendelijke manier een wending te geven, of om het gesprek af te ronden.